Vanaf 1 mei 2021 een basisbankdienst voor ondernemingen

Leo Peeters Leo Peeters
Ann Vranken Ann Vranken
Analyse

Vanaf 1 mei 2021 kunnen ook ondernemingen rekenen op een basisbankdienst. Hiermee krijgen ondernemingen gegarandeerd toegang tot een bankrekening en kan hen in principe de deelname aan het betaalverkeer niet meer ontzegd worden.

Voor consumenten was reeds in 2003 een basisbankdienst ingevoerd. Dit gebeurt nu ook voor ondernemingen.

Dat is belangrijk voor ondernemingen die het moeilijk hebben om een bankrekening te verkrijgen en te behouden, en is vooral van toepassing op ondernemingen die al een faillissement doormaakten of hun activiteit hebben in wel bepaalde sectoren (horeca, diamant, …).

1. Wat houdt deze basisbankdienst in?

Elke onderneming, die in België een KBO-nummer heeft, die door 3 kredietinstellingen een aanvraag tot opening van minimaal de betalingsdiensten is geweigerd, heeft vanaf 1 mei 2021, onder bepaalde voorwaarden, het recht op een basisbankdienst.

De basisbankdienst heeft grotendeels betrekking op betalingstransacties door middel van betaalinstrumenten en overschrijvingen, en dit enkel binnen de EU. Deze basisbankdienst moet mogelijk zijn aan het loket of bij geldautomaten tijdens of buiten de openingstijden van de kredietinstelling en moet de onderneming de mogelijkheid bieden om  een onbeperkt aantal elektronische verrichtingen uit te voeren via het internetplatform van de basisbankdienst-aanbieder.

De basisbankdienst wordt in euro aangeboden. Wanneer de  onderneming dat wenst, is dat ook mogelijk in Amerikaanse dollar.

2. Welke ondernemingen kunnen een basisbankdienst aanvragen

De onderneming aan wie de betalingsdiensten door 3 kredietinstellingen werd geweigerd, kan een aanvraag doen tot een basisbankdienst.

De weigering van de betalingsdiensten moet uitdrukkelijk schriftelijk en voldoende gemotiveerd worden, onverwijld en uiterlijk binnen 10 werkdagen na ontvangst van de aanvraag, tenzij dit in strijd zou zijn met de doelstellingen van nationale veiligheid of openbare orde, of met de antiwitwaswetgeving. 

In geval van weigering, moet de kredietinstelling daarenboven uitdrukkelijk melding maken van

  • de klachten- en buitengerechtelijke beroepsprocedures die voor de onderneming openstaan ter betwisting van de beslissing, en
  • de volledige naam, het adres, het telefoonnummer en het elektronisch adres van de ombudsdienst voor financiële diensten en van het bevoegde toezichthoudend bestuur bij de FOD Economie. Wanneer een onderneming een geschil heeft met zijn kredietinstelling, kan dit voorgelegd worden aan de ombudsdienst, wiens beslissing bindend is.

3. Hoe wordt de basisbankdienst-aanbieder aangeduid?

Een aanvraag tot het verkrijgen van de basisbankdienst wordt gericht tot de basisbankdienst-kamer.

De aanvraag gebeurt schriftelijk, door middel van een formulier dat op papier of op elektronische wijze ter beschikking wordt gesteld door de kredietinstelling.
Het aanvraagformulier bevat:

  • een verklaring op eer van de onderneming dat ze niet reeds beschikt over een basisbankdienst of een betaalrekening waarmee zij gebruik kan maken van de bedoelde bankdiensten;
  • een bevestiging, gestaafd met de nodige bewijsstukken, van het feit dat de onderneming ten minste driemaal een aanvraag tot betalingsdiensten werd geweigerd of, in voorkomend geval, dat zij ervan in kennis werd gesteld dat haar rekeningen zullen worden opgezegd.

De basisbankdienst-kamer vraagt hierop een vertrouwelijk advies aan de Cel voor Financiële Informatieverstrekking (CFI). In geval deze een positief advies geeft, of niet heeft gereageerd binnen de 60 kalenderdagen, wijst de basisbankdienst-kamer een kredietinstelling aan als basisbankdienst-aanbieder. Deze moet uiteraard in België gevestigd zijn.

De aanvragende onderneming moet vervolgens de vereiste informatie en documenten aanleveren met het oog op de naleving van de verplichting tot identificatie en identiteitsverificatie in het kader van de witwaswetgeving.

Ten laatste binnen de maand volgend op de maand waarin het aanvraagdossier als volledig kan worden beschouwd, wijst de basisbankdienst-kamer op een gespreide wijze de basisbankdienst-aanbieder aan die in aanmerking komt.

Voor ondernemingen in bepaalde sectoren (o.a. diamantsector, kunsthandel, vastgoedmakelaars, etc.) moeten, vooraleer een basisbankdienst-aanbieder kan aangewezen worden, ook nog specifieke bijkomende risicobeperkende maatregelen vastgesteld worden of een gedragscode afgesloten worden tussen de betrokken sector en de representatieve beroepsvereniging voor de financiële sector.

4. Waar de basisbankdienst-aanbieder zich aan moet houden

De basisbankdienst-aanbieder moet rekening houden met de volgende wettelijke beperkingen:

  • Hij mag uitdrukkelijk noch stilzwijgend een kredietopening aanbieden of toestaan verbonden met de basisbankdienst;
  • Hij mag de toegang tot de basisbankdienst niet afhankelijk stellen van het sluiten van een overeenkomst betreffende een nevendienst;
  • Een betalingstransactie uitgevoerd in het raam van de basisbankdienst kan niet worden uitgevoerd wanneer deze leidt tot een debetstand.

5. De kredietinstelling kan een basisbankdienst weigeren of opzeggen

De basisbankdienst-aanbieder kan de basisbankdienst weigeren  indien

1° iemand van het bestuur of de ondernemer veroordeeld is voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, of de onderneming heeft de betaalrekening in het kader van de basisbankdienst misbruikt voor illegale doeleinden;

2° de onderneming na haar aanvraag een andere betaalrekening heeft geopend in België of in een andere lidstaat. De onderneming moet de kredietinstelling daarvan zo snel mogelijk op de hoogte brengen.

De beslissing tot weigering wordt schriftelijk en kosteloos meegedeeld met uitdrukkelijke vermelding van de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing.

Een basisbankdienst kan opgezegd worden in de volgende gevallen:

1° iemand van het bestuur of de ondernemer is veroordeeld voor oplichting, misbruik van vertrouwen, bedrieglijke bankbreuk, valsheid in geschrifte, of de onderneming heeft de betaalrekening in het kader van de basisbankdienst misbruikt voor illegale doeleinden;

2° gedurende meer dan 12 opeenvolgende maanden heeft geen betalingstransactie plaatsgevonden;

3° onjuiste informatie is verstrekt om de basisbankdienst te verkrijgen;

4° er is een andere betaalrekening geopend in België of in een andere lidstaat;

5° de antiwitwaswet van 18 september 2017 vereist dit.

Ingeval de basisbankdienst wordt opgezegd, moet een opzegtermijn van ten minste 2 maanden gerespecteerd worden, behalve in de gevallen 1, 3 en 5 waarin de beëindiging onmiddellijk ingaat. Deze beslissing wordt schriftelijk en kosteloos meegedeeld en omvat uitdrukkelijk de specifieke gronden en de rechtvaardiging van de beslissing.

6. Besluit

Uit de praktijk blijkt dat heel wat ondernemingen het moeilijk hebben om een bankrekening te verkrijgen of te behouden.

Daarom is het een goede zaak dat ook een basisbankdienst voor ondernemingen een wettelijk kader krijgt. Deze regeling treedt in voege op 1 mei 2021.

Gelieve onze specialisten te contacteren indien u hierover meer informatie of bijstand wenst: +32 (0)2 747 40 07 of info@seeds.law.

Meer weten over dit onderwerp?

Contacteer onze experten of bel +32 (0)2 747 40 07
Leo Peeters

Leo Peeters

Partner
Koen De Puydt

Koen De Puydt

Partner